Bestel online, en krijg gratis vuurwerk als Bonus!

Winkelwagen (0)

Over vuurwerk

‘’ In Nederland is het sinds jaar en dag traditie, om de laatste drie dagen van het jaar vuurwerk te kopen om zo met de jaarwisseling af te steken. Maar waar komt vuurwerk eigenlijk vandaan en nog interessanter misschien… Wat is ‘’vuurwerk’’ eigenlijk. Hoe is het ontstaan, hoe wordt het gebruikt, en wie heeft het bedacht? ’’

Op deze pagina hebben wij zoveel mogelijk vuurwerkinformatie verzameld.

Geschiedenis
Vuurwerk categorieën
Effecten
Gevarenklassen
Samenstelling vuurwerk
Werking van vuurwerk


Geschiedenis

Wat is vuurwerk en hoe is het ontstaan?

Vuurwerk is ontstaan vanuit meerdere gebruiken en experimenten, het is waarschijnlijk ontstaan door het toevallig samenvoegen van chemische stoffen in combinatie met vuur. Met vuurwerk bedoelden we het op verschillende manieren toepassen van kruit. Vuurwerk bevat voornamelijk buskruit, buskruit is een combinatie van zwavel en houtskool.

Hoe en wanneer vuurwerk precies is ontstaan, is niet helemaal duidelijk. Eeuwenlang ging men er vanuit dat het door de Chinezen was ontdekt, echter tegenwoordig gaat men er vanuit dat vuurwerk ontstaan is in de Bengalen, dat is nu het huidige Bangla Desh.

Naar alle waarschijnlijkheid is per ongeluk vuurwerk ontdekt, toen in de oudheid ‘’salpeter (vervanger voor zout)’’, werd geknoeid bij bereidden van de warme maaltijd. Het ‘’salpeter’’, kwam in aanraking met het smeulend houtskool en zo ontstond het eerste ‘’vuurwerk’’.

In ieder geval, vindt het vuurwerk zijn oorsprong in het Oosten. In Oosterse culturen werd het kruit ingezet in het geloof om daarmee boze geesten te verdrijven. Daarbij ging het puur en alleen om de harde knallen. Na deze uitvinding werd buskruit vooral ingezet in gevecht situaties. De kanonnen en pistolen deden hun intrede, de vijand kon van grote afstand worden bestookt. Hierdoor waren wapens, zoals pijlen en boven overbodig geworden.

Nadat ze buskruit dus door experimenten hadden uitgevonden begonnen ze ook met het maken van vuurwerk. Vuurwerk wordt veelvoudig gebruikt tijden de vele traditionele feesten die in China gevierd worden. In het westen wordt vuurwerk vooral gebruikt bij ceremoniële gebeurtenissen. Dit gebeurde rond de start van onze jaartelling. Verder gebruikte zij het om o.a. ‘’boze’’ geesten te verdrijven.

In de 13e eeuw, kwamen door handelsreizen, de eerste Europeanen in aanraking met vuurwerk. Het werd ook in Europa veelal gebruikt voor oorlogsvoering, om ze de tegenstander af te schrikken door ze te bestoken met bommen en pijlen.

Vanaf de 18e eeuw, werd de jaarwisseling op verschillende plekken in Europa gevierd met veel lawaai. Hoe harder het lawaai, hoe beter. Daarom werd er veel met vuurwapens in de lucht geschoten. Pas na de tweede wereldoorlog werd in Nederland vuurwerk gebruikt bij de jaarwisseling.

De bekendste toepassing van vuurwerk is siervuurwerk. Siervuurwerk heeft als doel de toeschouwers mooie effecten te tonen. Deze effecten kunnen bestaan uit een combinatie van vormen, kleuren en geluiden. Traditioneel getrouw steken we op de laatste dag van het westerse kalenderjaar in veel landen om 12 uur ’s avonds consumenten vuurwerk af. Dit om het nieuwe jaar feestelijk en mooi in te luiden.


Vuurwerk categorieën

Categorie 1 (vanaf 12 jaar)
Fop en schertsvuurwerk is consumenten vuurwerk dat het hele jaar door verkocht en afgestoken mag worden. Denk hierbij aan voorbeelden als knalerwten, trektouwtjes, fluiters, kleine fonteintjes en grondbloemetjes.

Categorie 2 (vanaf 16 jaar) & categorie 3 (vanaf 18 jaar)
Consumenten vuurwerk is het vuurwerk dat in Nederland in drie dagen voor oud & nieuw verkocht mag worden en dus geschikt is voor consumenten. Het vuurwerk uit deze categorie mag worden afgestoken op oudejaarsdag van 18:00 tot nieuwjaarsdag 02:00.

De soorten consumenten vuurwerk

Knalvuurwerk: rotjes, knalmatten en grote knalmatten (rollen).

Grondvuurwerk: jumping Jack, kleine tolletjes en grondbloemen.
Lucht siervuurwerk: mijnen, pijlen en cakes (potten) en enkelschots effecten.
Combinatie: assortimentspakketten deze kunnen al het bovenstaande bevatten.

Kindervuurwerk (vanaf 12 jaar): fop en schertsvuurwerk zoals sterretjes en morning glory.


Categorie 4 (alleen voor professionals)
Professionele vuurwerkshows hebben vooral als doel de vreugde tijdens een evenement te verhogen. Meestal wordt het gebruikt als afsluiting of als speciale viering van een evenement. Dit vuurwerk mag alleen worden afgestoken door professionals die een speciale training hebben gehad. Dit vuurwerk word op afstand via een elektrisch ontsteking afgestoken.


Effecten
De effecten van vuurwerk zijn onder te verdelen in 3 hoofdcategorieën:

Kleureffecten

Natrium voor de kleur geel

Kalium voor de kleur rood en violet

Barium voor de kleur wit en groen

Strontium voor de kleur dieprood

Calcium voor de kleur steenrood en geel

Koper voor de kleur groen en blauw

Magnesium voor de wit

IJzer voor de kleur goud


Geluidseffecten

Crackling (hard knetterend geluid)

Fluiten

Huilen/Brullen

Knetteren

 
Vormen

Kometen (uitstotende staart of bal effect)

Mijnen (uitstotende vonkenregen)

Fishes (wegzwemmende vissen)

Spinners (draaiend effect)

Palm (letterlijk als palm effect)

Crossettes (kruis achtig opsplitsen effect)

Brocade Crown (goud effecten)

Peony (bloem effect)

Chrysantheum (witte heldere licht uitbarsting met crackling)

 

Samenstelling

‘’Vuurwerk is grotendeels opgebouwd uit papier in verschillende lagen. In het papier worden dan de brandbare stoffen ingepakt. Het hoofdbestanddeel dat zorgt voor het effect en de knal bestaat uit zwavel en koolstof, het zogeheten zwarte kruit’’.

Wanneer je de lont aansteekt met een aansteeklont start er een ontbrandingsproces. Door het opsluiten van het kruit in een koker middels klei ontstaat er een uitbarsting. Deze uitbarsting kan zich vertalen in enkel een knal of een knal met geluid en kleur effect. Dit hangt af van welke vormen van kruit er gebruikt zijn in het afgestoken vuurwerk.

Vuurwerk kan uit meerdere materialen zijn gemaakt, de meest gebruikte materialen hierbij zijn:

Klei (als stopmiddel/stabiliteitsmiddel)

Papier en karton (kokers, verpakking etc)

Lont (touw met kruit)

Plastic (als doppen vuurpijl en verpakkingsmiddel)

Kruit (kruit voor drijflading, burst/knal en als laatste voor het effect).

 

Werking vuurwerk

Bij grondvuurwerk uit dit ontbrandingsproces zich in ronddraaiende bewegingen, opspringen en fluiten.

Bij fonteinen uit dit ontbrandingsproces zich in het uitspugen van verschillende effecten, kleuren en geluiden.

Bij vuurpijlen uit dit ontbrandingsproces zich in het omhoogdrijven van de gehele pijl waarbij de houten stok als stabilisator dient. Tevens brand de door verbindingslont door. Dit door verbindingslont zorgt ervoor dat wanneer de pijl op zijn hoogste punt is de effectlading zal laten exploderen waardoor het beoogde effect kan worden waargenomen.

Bij cakes uit dit ontbrandingsproces zich in het ‘’lanceren’’van een kleine koker uit een grotere koker tube. Tegelijkertijd word een verbindingslontje ontstoken die er, wanneer de koker zijn maximale hoogte behaald heeft, ervoor zorgt dat de effectlading wordt ontstoken. De koker ontploft geeft daarmee het beoogde effect weer. Tegelijkertijd word er in de cake een door verbindingslont ontstoken die er voor zorgt dat de volgende koker zijn kleinere koker uitdrijft. Dit effect word ook wel multishot genoemd.

  

Gevarenklassen

De classificatie op gevarenklasse vindt plaats op grond van internationale regelgeving voor vervoer en verpakking. Vuurwerk is naar aard en werking onderverdeeld in vier subklassen.

De vier subklassen zijn:

Subklasse 1.1: Gevaar voor massa-explosie (bijv. titaniumsalute-mortierbommen). 

Subklasse 1.2: Gevaar voor scherfwerking. Er bestaat geen risico voor massa-explosie.
 
Subklasse 1.3: Gevaar voor brand, maar weinig gevaar voor scherfwerking. (bijv. normale mortierbommen). OF Gevaar voor brand en scherfvorming, maar geen gevaar voor massa-explosie. 

Subklasse 1.4: Gering gevaar voor ontploffing. De gevolgen blijven hoofdzakelijk beperkt tot de verpakking.

Consumentenvuurwerk valt eigenlijk altijd in de subklasse 1.4. Ook binnen deze subklasse wordt nog onderscheidt gemaakt in 2 klassen:

1.4 s en 1.4 g: Het verschil tussen deze twee klassen is dat 1.4 s vuurwerk maximaal 40 gram kruit mag bevatten en 1.4 g tussen de 40 en 500 gram kruit mag bevatten. Voor deze twee klassen gelden verschillende vervoersregels.

Er zijn nog twee andere subklassen die we hier voor de volledigheid ook noemen. Er is echter geen vuurwerk met deze classificaties.

Subklasse 1.5: Zeer weinig gevoelige stoffen met gevaar voor massa-explosie.

Subklasse 1.6: Bijna ongevoelige stoffen.

Volgens de Nederlandse regels moet consumentenvuurwerk altijd zodanig zijn verpakt dat het kan worden ingedeeld in de subklasse 1.4. Daarnaast blijven voor consumentenvuurwerk de bestaande regels van kracht, waarbij beperkingen zijn gesteld aan de hoeveelheden en soorten werkzame stof.

 

ideal